Vaak gestelde vragen CCinC

 

 

Wat is CCinC?

Voluit heet deze webtoepassing: cultuur- en gemeenschapscentra in cijfers. Sinds 2006 registreren cultuurcentra jaarlijks gegevens over hun werking in CCinC, beheerd door het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Sinds 2012 werd hiervoor een digitale applicatie gelanceerd.

Gegevens die in CCinC worden verzamelt, bundelen we tot rapporten op het kennisportaal ccenbib. De doelstelling is om als departement aan de hand van het gewonnen cijfermateriaal monitoring mogelijk te maken. De verzamelde informatie is belangrijk om de vinger aan de pols te kunnen houden binnen de culturele sector en in de lokale vrijetijdsbeleving van Vlaamse gemeenten.

In 2018 werkten we aan een update van CCinC. De tool onderging hiervoor een technische en inhoudelijke herwerking om de planlast van de invoerder te beperken. Inhoudelijk behouden we uiteraard de eigenheid van de sector. Nieuw is ook de volledige implementatie van ACM/IDM, het gebruikersbeheer van de Vlaamse overheid, oftwel toegang via digitale sleutel.

Invoerders kunnen voor CCinC vanaf maart 2019 gegevens registeren. Dit kan nog tot en met 28 juni 2019.

Terug naar boven

 

Waarom CCinC?

Vanuit twee oogpunten is CCinC een nuttig instrument:

Enerzijds laat CCinC op Vlaams niveau toe om omvang, veranderingen en evoluties binnen de sector in beeld te brengen. Aan de hand van hun rapportering kan de sector zich eenvoudig legitimeren. Deze gegevens kunnen gebruikt worden voor beleidsdoeleinden, voor verder onderzoek en voor informatiedeling met een breder publiek. Op www.kennisportaalccenbib.be ontsluiten we de data voor geïnteresseerden en brengen we evoluties en trends in de sector van het lokaal cultuurbeleid in beeld.
Anderzijds kunnen de gegevens ook gebruikt worden door de cultuur- en gemeenschapscentra zelf om hun ontwikkeling en die van andere centra op te volgen.

Ondanks het wegvallen van de decretale verplichting tot het aanleveren van gegevens in CCinC vanaf 2016, beschouwt de sector het monitoren van het lokaal cultuurbeleid als een positief en noodzakelijk element. Dit bleek uit de surveybevraging die het departement CJM in 2016 uitvoerde in samenwerking met VVBAD (bibliotheken en archieven) en VVC (cultuur – en gemeenschapscentra).

Terug naar boven

 

Waarom een vernieuwd CCinC?

Zowel de sector als het Departement Cultuur, Jeugd en Media waren van mening dat CCinC in 2018 aan vernieuwing en optimalisatie toe was. Een werkgroep met VVC en vertegenwoordigers van verschillende cultuur- en gemeenschapscentra leverde daarom input bij de herwerking van het instrument. De werkgroep focuste op een hogere relevantie en op een lagere registratielast:

  • De vragenset moet meer beantwoorden aan de hedendaagse realiteit van de werking binnen de culturele centra. De laatste grote inhoudelijke update dateert immers van 2006.   
  • Enkel cultuurcentra registreerden tot nu toe hun gegevens in CCinC,  gemeenschapscentra niet. We willen de gemeenschapscentra vanaf nu ook de kans geven op input aan te leveren en om hen toegang te geven tot dezelfde voordelen die deze applicatie eerder al aan de cultuurcentra verschafte.
  • Om het gebruiksgemak te bevorderen, kunnen invoerders ervoor opteren om enkel de basissetvragen te beantwoorden. Deze worden in de tool aangeduid met een sterretje (*). De basisset bevat slechts een vijfde van de velden vergeleken met de totale gegevensset uit de oude CCinC.

Echter, hoe meer u invult, hoe beter het inzicht in uw organisatie en de sector in zijn geheel.

Terug naar boven

 

Hoe werkt CCinC?

Zowel cultuur- en gemeenschapscentra kunnen van maart tot en met 28 juni 2019 via de registratietool gegevens invoeren over hun eigen werking. Team CCinC controleert deze gegevens en staat u als invoerder bij met vragen. Voer zeker uw contactgegevens in op de profielpagina en onder de organisatiegegevens van de vernieuwde registratietool. Hierdoor kan het team u snel contacteren wanneer we bij de controle van de data nog enkele vragen zouden hebben.

Vanaf oktober 2019 worden de eerste ingezamelde data ontsloten op www.kennisportaalccenbib.be. U kunt deze als medewerker van een cultuur- of gemeenschapscentrum in Vlaanderen aanwenden om nieuwe inzichten te verwerven of om beleidskeuzes te onderbouwen.

Terug naar boven

 

Wie deelt gegevens?

Medewerkers van cultuur- en gemeenschapscentra krijgen vanaf maart 2019 voor CCinC toegangsrechten toegewezen op basis van hun e-ID. De toegang tot de webtoepassing is hierdoor afgeschermd. Om als medewerker van een cultuur- of gemeenschapscentrum gegevens te kunnen invoeren, dient u van uw lokale beheerder in het gebruikersbeheer van de Vlaamse overheid toegangs- en gebruiksrechten te verkrijgen. U heeft hiervoor een kaartlezer nodig, net als uw identiteitskaart met pincode. De lokale beheerder is vaak de IT-verantwoordelijke van uw gemeente of binnen AGB.

In het geval van technische problemen met het aanmelden van e-ID, kunt u terecht op het telefoonnummer 1700, voorheen bekend als de Vlaamse Infolijn. Voor inhoudelijke vragen kunt u een mailtje sturen naar ccinc@vlaanderen.be.

Sinds 2016 zijn de middelen voor het lokaal cultuurbeleid geïntegreerd in het Gemeentefonds. Deze zijn niet langer geoormerkt. Dit heeft als gevolg dat alle invoerders buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor CCinC niet langer verplicht zijn om gegevens te registreren. Voor de Brusselse gemeenten en de randgemeenten Linkebeek, Wemmel en Sint-Genesius-Rode geldt de decretale verplichting wel nog steeds.

De vraag naar een compleet overzicht blijft echter nog atlijd bestaan. Daarom vragen we aan alle Vlaamse en Brusselse cultuur- en gemeenschapscentra om in CCinC gegevens te registreren.

Terug naar boven

 

Worden de Brusselse gemeenten in CCinC opgenomen?
Ook cultuur- en gemeenschapscentra in de Brusselse gemeenten en in gemeenten uit de Brusselse rand: Linkebeek, Wemmel en Sint-Genesius-Rode worden in CCinC bevraagd. Hun invoer is in tegenstelling tot de invoer uit Vlaanderen wel nog decretaal verplicht. Voor cultuur- en gemeenschapscentra in Vlaanderen is dit sinds 2016 niet meer het geval. Dat komt omdat de middelen voor het Vlaamse lokale cultuurbeleid sindsdien geïntegreerd zijn in het Gemeentefonds. Zij zijn dus niet langer geoormerkt.

Terug naar boven

 

Waarover gaan de in te voeren gegevens?

CCinC bevraagt vanaf nu jaarlijks een basisset van 197 vragen die peilen naar de situatie in uw en andere cultuur- of gemeenschapscentra in Vlaanderen. Deze basisset bevat slechts een vijfde van de velden vergeleken met de totale gegevensset in de oude CCinC. Het betreft informatie over: het aantal activiteiten en deelnemers aan activiteiten van en in de centra; inkomsten en uitgaven die samenhangen met de werking; personeelsinzet voor de werking; het klantenbestand; gevoerde communicatie; infrastructuur en de gebruiksfunctionaliteit ervan; en de belangrijkste contactpersonen per centrum.

Op www.kennisportaalccenbib.be kunt u in de tweede helft van het invoerjaar een deel van de ingezamelde data in ontsloten vorm raadplegen. U kunt de gevormde statistieken als medewerker van een cultuur- of gemeenschapscentrum aanwenden om nieuwe inzichten te verwerven of om beleidskeuzes te onderbouwen.

Een toelichting van de vragen in CCinC vindt u op de pagina Handleiding en tutorials op ons kennisportaal. Hierin komt u ook te weten welke vragen een verplicht danwel vrijblijvend invoerveld bevatten.

Terug naar boven

 

Wanneer worden de CCinC-gegevens opgevraagd?

Van maart tot en met 28 juni 2019 kunnen medewerkers van cultuur- en gemeenschapscentrum via de registratietool van CCinC gegevens invoeren over hun eigen werking. De invoer voor CCinC gaat jaarlijks door – telkens in het voorjaar – om in het najaar de ingezamelde gegevens te kunnen ontsluiten. Invoer gebeurt telkens voor cijfers over het werkjaar voordien. Zo vragen en ontsluiten we in 2019 data over het jaar 2018.

Aangezien CCinC sinds 2006 cijfers over cultuurcentra opvraagt, kunnen deze voor die periode alvast interessante evoluties in kaart brengen.

Terug naar boven

 

Wanneer zijn de CCinC-gegevens raadpleegbaar?
Naargelang de kwantiteit en kwaliteit van de ingevoerde gegevens mikken we op de tweede helft van 2019 om een deel van de data op het kennisportaal te ontsluiten. We houden u via e-mail nauw op de hoogte van nieuwe vorderingen en totstandkomingen.

Terug naar boven

 

Hoe wordt duiding aan de cijfers gegeven?

In de registratietool van CCinC kunt u als invoerder van de data bij iedere vraag een extra toelichting lezen. Het team CCinC is ook steeds bereid om u bij te staan als iets u niet helemaal duidelijk is. Contacteer daarvoor onze medewerkers op ccinc@vlaanderen.be.

Daarnaast vindt u op de pagina Handleiding en tutorials van het kennisportaal een toegankelijk document waarin de vragen zijn gedefinieerd zoals deze ook in de registratietool worden gedefinieerd.

Eens de ontsloten data op het kennisportaal verschijnen, zal iedereen de statistieken kunnen raadplegen met extra duiding om de cijfers zo correct mogelijk te interpreteren. Dat gebeurt aan de hand van overzichtelijke metadatafiches. Per onderwerp staat hierop een definiëring van de gegevens, alsook de gehanteerde methodologie.

De cijfers worden, omwille van een sector in beweging, regelmatig gereviseerd. Onzuiverheden die worden opgemerkt, worden op de website aangepast, en worden ook steeds nauwkeurig omschreven in samenspraak met de sector.

Terug naar boven

 

Wat is de link met andere registratietools, zoals de lokale vrijetijdsmonitor?

CCinC heeft als focus het verzamelen van gegevens uitsluitend van cultuur- en gemeenschapscentra. Een deel van de bevraagde gegevens stromen automatisch door naar de lokale vrijetijdsmonitor. Deze monitort het brede lokale vrijetijdsgebeuren in Vlaanderen: de sectoren jeugd, cultuur en sport. Tal van gegevens stromen hiervoor door uit de registratiesystemen van sectororganisaties en partners van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, waaronder dus ook een deel uit het registratiesysteem CCinC. Welke gegevens dit precies zijn kunt u raadplegen op het rapporteringsplatform van de lokale vrijetijdsmonitor, deze beperkt zich immers tot een fragment van de bevraagde data over cultuur- en gemeenschapscentra.

Door de automatische doorstroom van gegevens, dienen de invoerders van CCinC géén extra informatie bij de lokale vrijetijdsmonitor of andere registratiesystemen in te dienen.

Terug naar boven

 

Wordt CCinC gevoed door andere databronnen?
Alle cultuur- en gemeenschapscentra in Vlaanderen en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staan geregistreerd in Wegwijs, het centraal organisatieregister van de Vlaamse overheid. Dit wordt verzorgd door medewerkers op het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Zo identificeren zij ieder centrum aan de hand van diens naam, adres, en een OVO-nummer - het unieke identificatienummer van entiteiten binnen de Vlaamse overheid. Daarnaast wordt ook de directeur en zijn of haar contactgegevens in Wegwijs genoteerd. CJM zorgt ervoor dat alle centra - ook nieuwe (gemeenschaps)centra - in Wegwijs geregistreerd worden. De naam en het OVO-nummer van de centra stromen automatisch naar CCinC door, maar kunnen evenwel door het centrum in kwestie worden aangepast. Op termijn zal bekeken worden om de doorstroom van authentieke bronnen naar CCinC stelselmatig uit te breiden.

Terug naar boven

 

Binnen de aanmeldprocedure en in de URL van de registratietool staat de naam Cultuurmonitor vermeld. Naar wat refereert deze naam?

Alle registratiesystemen van het Departement Cultuur, Jeugd en Media kennen momenteel nog een apart invoerplatform. CJM werkt echter aan de technische integratie van de verschillende applicaties naar een eengemaakte registratietool met als voorlopig werknaam de Cultuurmonitor.

Aangezien CCinC het eerste en voorlopig enige registratiesysteem is dat in de Cultuurmonitor werd geïmplementeerd, kunt u binnen deze eengemaakte tool alleen nog maar voor CCinC inloggen. Voor de andere applicaties van de Vlaamse overheid verwijzen we voorlopig naar de courante platformen.

Terug naar boven

 

Waarom werd de merknaam CCinC behouden terwijl gemeenschapscentra nieuw instappen?
CCinC is als merknaam bij vele gebruikers bekend. We opteerden er dan ook voor deze merknaam te behouden, mits toevoeging van gemeenschapscentra in de volledige naam van de tool. CCinC heeft ondanks een aantal herzieningen en verbeterpunten zijn eigenheid behouden. Het bewaren van de merknaam maakt hier een essentieel onderdeel van uit.

Terug naar boven

 

Wat als ik niet alle basissetvelden kan invullen?
Het is mogelijk dat niet alle basissetvelden relevant zijn voor de werking van uw centrum. Bij validatie van de ingevoerde gegevens zal u dan ook een melding krijgen dat niet alle basissetvelden werden ingevuld. Indien deze basissetvelden effectief niet van toepassing zijn op uw centrum, hebt u de optie om deze melding alsnog te negeren en te gegevens in te dienen. Dit neemt niet weg dat we centra wel willen aansporen om zoveel mogelijk gegevens te registeren, want hoe meer data,  hoe beter het inzicht in de eigen organisatie en de sector in zijn geheel.

Terug naar boven

 

Ik ben werkzaam voor een AGB. Volg ik dezelfde procedures als invoerders van GC/CC?
Indien u als invoerder werkzaam bent voor een Autonoom Gemeentebedrijf (AGB), zal de lokale beheerder van het gebruikersbeheer van Vlaanderen ook u rechten kunnen toekennen op basis van de gemeente waarin u werkt. De lokale beheerder is vaak de IT-verantwoordelijke van uw gemeente of binnen AGB. Om u toegangsrechten toe te kennen heeft de lokale beheerder uw rijksregisternummer nodig. De invoer zelf voert u uit met een kaartlezer, en uw identiteitskaart met pincode.
 

In het geval van technische problemen met het aanmelden van e-ID, kunt u terecht op het telefoonnummer 1700, voorheen bekend als de Vlaamse Infolijn. Voor inhoudelijke vragen kunt u een mailtje sturen naar ccinc@vlaanderen.be.

Terug naar boven

Kan ik mezelf toegangsrechten toekennen?
Neen, enkel de lokale beheerder van het gebruikersbeheer van Vlaanderen kan invoerders toegangsrechten tot CCinC toekennen. De lokale beheerder is vaak de IT-verantwoordelijke van uw gemeente.

In het geval van problemen met toegangsrechten of met het aanmelden van e-ID, kunt u terecht op het telefoonnummer 1700, voorheen bekend als de Vlaamse Infolijn.

Terug naar boven

Hoe kunt u ons bereiken?
Het Departement Cultuur, Jeugd en Media wil haar dienstverlening blijvend optimaliseren. Daarom rekenen wij op uw feedback. U kan ons met vragen en suggesties bereiken via telefoon op het nummer 02 553 42 26 of via e-mail op ccinc@vlaanderen.be.

Terug naar boven